Overige hersenaandoeningen

Algemeen

Hersenaandoeningen niet veroorzaakt door een ongeval of ziekte zijn onder andere:

ADHD en ADD

Het brein functioneert op een andere manier waardoor er ander gedrag ontstaat en ‘schools’ leren bemoeilijkt word. Op cognitief vlak hebben mensen met ADHD en ADD vaak problemen met het verwerken van informatie; zij hebben concentratieproblemen, moeite met plannen en organiseren, maken dingen niet af, zijn onrustig of zeer dromerig. Vaak ontstaan er ook problemen op sociaal gebied; zij worden gepest, hebben relatieproblemen of problemen met de opvoeding van kinderen. In de begeleiding is het belangrijk om de persoon met ADHD/ADD meer grip te laten krijgen op de eigen gedachten, gevoelens en gedrag en van daaruit de begeleiding verder te definiëren. Verder is belangrijk niet alleen aandacht te hebben voor de negatieve eigenschappen van ADHD/ADD maar zeker ook voor de positieve eigenschappen en ieders sterke kanten.

Kenmerken van ADHD

  • kan moeilijk stil blijven zitten
  • is snel afgeleid
  • kan moeilijk op zijn/haar beurt wachten
  • rent van de ene activiteit naar de andere
  • kan niet rustig spelen
  • praat overdreven veel
  • valt anderen in de rede
  • luistert niet naar wat anderen zeggen
  • kan moeilijk instructies volgen en opvolgen
  • reageert anders dan andere kinderen op straf en beloning
  • raakt vaak spullen kwijt
  • kan zich moeilijk concentreren

Kenmerken van ADD

  • is dromerig
  • lijkt passief
  • is teruggetrokken
  • is ongeorganiseerd
  • is vergeetachtig
  • lijkt vaak niet te luisteren
  • is vaak dingen kwijt
  • wordt gemakkelijk afgeleid
Autisme Spectrum Stoornissen

Bij mensen met autisme werkt de informatieverwerking in de hersenen op een andere manier. Met autisme word je geboren, en blijft gedurende je hele leven een rol spelen. Het wordt niet veroorzaakt door de opvoeding. Alles wat mensen met autisme zien, horen, ruiken etc. wordt op een andere manier verwerkt. En dat brengt een andere mix van sterke en zwakke kanten met zich mee. Zo hebben mensen met autisme vaak een goed oog voor detail, zijn ze eerlijk, recht door zee, analytisch en hardwerkend, maar hebben ze moeite met overzicht houden en sociale contacten en hebben ze een opvallend beperkt aantal interesses of activiteiten.

Autisme zie je niet aan de buitenkant, maar het heeft grote invloed op iemands leven. Hoe groot en op welke manier precies verschilt per persoon, en ook per levensfase. Autisme kent vele gezichten. Sommige mensen met autisme zoeken weinig contact met anderen. Anderen doen dit juist heel actief, maar vaak op een manier die ‘vreemd’ overkomt. Er zijn mensen met autisme en een verstandelijke beperking maar ook mensen met een hoge intelligentie. Sommigen kunnen met de juiste begeleiding een behoorlijk zelfstandig leven leiden, anderen hebben hun leven lang veel hulp nodig.

Er bestaat geen behandeling of medicijn om autisme te genezen. Maar met de juiste hulp kunnen veel mensen met autisme wel naar school, werken en zinvolle relaties met anderen hebben. De begeleiding moet vooral gericht zijn op het verminderen van problemen die verband houden met het autisme. Daarbij is het ook erg belangrijk om te leren omgaan met het autisme in het dagelijks leven. Wanneer er sprake is van extreme angsten, zelfverwonding, depressies, dwangmatig of agressief gedrag kan het nodig zijn dit te verminderen met hulp van medicijnen. Behandeling en begeleiding van autisme is altijd maatwerk.

Hersenschade door zuurstoftekort tijdens de geboorte

Baby’s die zuurstoftekort hebben gehad rond de geboorte lopen het risico om na de geboorte complicaties te krijgen. Het belangrijkste is het om een indruk te krijgen over de toestand van de hersenen, omdat die erg kwetsbaar zijn voor zuurstoftekort.

Aanwijzingen vlak na de bevalling dat er een mogelijke hersenbeschadiging is ontstaan zijn:

  • Laat op gang komen van spontane ademhaling
  • Lage spierspanning gedurende lange tijd
  • Langdurig lage of zelfs afwezige reflexen
  • Nauwe pupillen
  • Geprikkeld gedrag bij de verzorging
  • Optreden van stuipen of convulsies

Hoewel bij bovenstaande situaties er zeker een verhoogd risico bestaat is het niet zo dat er altijd een beschadiging in de hersens  optreed. Sommige kinderen komen er toch goed vanaf. Bij anderen blijkt echter dat er een veel ernstiger beschadiging is opgetreden dan op grond van hun gedrag zou worden verwacht. Hersenbeschadiging door zuurstoftekort is verantwoordelijk voor afwijkende spierspanning in het gehele lichaam of in delen ervan. Op oudere leeftijd geeft dit het beeld van een kind met spasticiteit. Bij kinderen die ernstige zuurstofnood rondom de geboorte hebben opgelopen, kunnen zich in de eerste periode veel complicaties voordoen, zoals het optreden van stuipen of convulsies of het optreden van lage bloedsuikergehaltes. Soms is het bloedsuikergehalte door de stress die de baby heeft gehad sterk verhoogd.

Naast de mogelijke neurologische gevolgen is er tegenwoordig meer oog voor de mogelijke cognitieve schade die mensen kunnen overhouden na zuurstoftekort. Cognitie is: waarnemen, denken, onthouden van kennis en toepassen en begrijpen (zie pagina over Niet Aangeboren Hersenletsel).

 

Depressie

Of de oorzaak van een depressie mentaal is of juist een gevolg van externe factoren is tegenwoordig een onderwerp van discussie? Valt het onder het ene dan kun je het een hersenaandoening noemen, valt het onder het andere dan kun je het een psychiatrische stoornis noemen? De meningen onder deskundigen zijn verdeeld.

Bij mensen die hersenschade hebben opgelopen is de kans op een depressie in ieder geval verhoogd. Ongeveer een kwart van de mensen met traumatisch hersenletsel die behandeld worden in een revalidatiecentrum heeft last van een depressie. Bij mensen met een CVA komt depressie in de eerste zes maanden na de beroerte voor bij 20 tot 50% van de mensen. Bij mensen met bepaalde vormen van dementie heeft 35% last van een depressie.

Mensen met hersenletsel hebben last van vermoeidheid, prikkelbaarheid, slapeloosheid. Zij raken daardoor sneller overbelast. Hierdoor kan iemand gemakkelijk een burn-out krijgen. Er is een verschil tussen burn-out en een depressie: Iemand die opgebrand is wíl wel maar kan niet door een gebrek aan energie. Bij iemand die depressief is ontbreekt ook de wil. Veel mensen met hersenletsel hebben een beperkte belastbaarheid en belanden daardoor vaker in een burn-out. Die kan uiteindelijk overgaan in een depressie.

Bij een depressie is er sprake van meerdere van de volgende kenmerken:

  • een constant sombere stemming
  • nergens meer interesse of plezier in hebben
  • moeheid en gebrek aan energie
  • overal tegenop zien
  • gevoelens van minderwaardigheid en onterechte schuldgevoelens
  • verminderde of juist toegenomen eetlust
  • slecht slapen of juist te veel slapen
  • geen zin hebben in seks of intimiteit
  • regelmatig denken aan de dood